Omgevingswet

Omgevingswet: inwerkingtreding uitgesteld tot 1 januari 2023

Na vele malen van uitstel gaat de Omgevingswet op 1 januari 2023 inwerking. De verwachting is dat deze datum niet meer zal verschuiven.

De Omgevingswet voorziet in regels en handvatten bij bijvoorbeeld het bouwen van nieuwe woningen, het verbeteren van de energievoorzieningen en het beheren van de natuur en economische bedrijvigheid. De uitdaging is om de schaarse ruimte goed in te richten. Hiervoor is meer regie en meer samenhang nodig. De Omgevingswet biedt die mogelijkheid. Zorgvuldigheid staat centraal bij de invoering. Hiermee wordt voorkomen dat de dienstverlening aan inwoners en bedrijven niet in het geding komt en gebiedsontwikkeling ongehinderd doorgang kan vinden.

De nieuwe wetgeving gaat gepaard met een nieuw digitaal systeem, Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De complexiteit van dit systeem vergt dat het op een handzame wijze aan de markt wordt aangeboden. In aanloop naar de inwerkingstredingsdatum wordt het DSO grondig getoetst. De komende maanden lijken nu voldoende te zijn om dit mogelijk te maken.

Waar ging het ook alweer over?

De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten, van 26 verschillende wetten naar 1 wet, van 60 Algemene Maatregelen van Bestuur naar 4 en van 75 ministeriële regelingen naar 1 Omgevingsregeling. Daarnaast zorgt de wet voor één digitaal loket dat het makkelijker maakt vergunningen aan te vragen en sneller inzichtelijk maakt welke regelgeving wanneer van toepassing is. De wet voorziet in randvoorwaarden om als één overheid te acteren en biedt instrumenten om (landelijke) regie te voeren.

De inwerkingtreding van de Omgevingswet is een belangrijk startmoment. Vanaf dan wordt de wet in de praktijk toegepast. Ook na 1 januari 2023 is er nog veel werk aan de winkel en kunnen onvolkomenheden niet worden uitgesloten. Het nieuwe stelsel voor het omgevingsrecht en het DSO worden ook na inwerkingtreding verder ontwikkeld en gemonitord om de doelen van de wet te halen en de beoogde veranderingen door te voeren.

bron: www.rijksoverheid.nl